Dagelijks zorgen circa 9.500 medewerkers in zo’n 410 bedrijven ervoor dat 10 miljoen kilo vlees en vlees(waren)producten uit Nederland bij afnemers en consumenten in de hele wereld terechtkomen. De waarde van de export bedroeg in 2007 circa 4 miljard euro. De Nederlandse vleessector zorgt graag voor een goede en veilige productie van hoogwaardige producten van vlees. De vleessector ziet het als een uitdaging om een goed en veilig product op markt te brengen.

Veel mensen denken dan ook aan werken in de Nederlandse vleessector. Zij kiezen dan voor een functie in moderne bedrijven met hygiënische en veilige arbeidsomstandigheden. Zij maken verse voedingsmiddelen van hoge kwaliteit zijn daar trots op. Medewerkers hebben veelal een prima salaris, goede arbeidsvoorwaarden en vele opleidingsmogelijkheden. Als je het aan de mensen vraagt, noemen ze vaak een gezellige werksfeer.

 

Flexibele arbeid

Werkgevers en werknemers hebben belang bij goede onderlinge verhoudingen op het werk. Niet elke werknemer is echter in vaste dienst. Toch willen we dat iedereen op de werkvloer zich goed voelt. In veel bedrijven wordt gewerkt met tijdelijke krachten, ofwel flexibele arbeid. Het inschakelen van mensen voor tijdelijk werk gaat meestal via inleenbedrijven, payroll organisaties of uitzendbureau’s. Voor de werkgevers en de werknemers is het belangrijk, dat illegale arbeid en oneerlijke concurrentie wordt voorkomen. Alle bedrijven moeten zich houden aan de wet en de cao. Daarom is in 2002 het “convenant flexarbeid vleessector” ondertekend.

Opdrachtgevers zullen alleen nog werken met opdrachtnemers die in contracten hebben verklaard zich aan de afspraken te houden. Hiervoor zijn speciale modelcontracten ontwikkeld. In de praktijk betekent dit dat opdrachtnemers twee keer per jaar gecontroleerd worden door Stichting VRO dan wel dient men tweemaal per jaar (in februari en augustus) een accountantsverklaring in te leveren. In het “Register Inleenarbeid Vleessector” (RIV) stonden alle bedrijven vermeld die zich aan de regels houden. Zo weten de opdrachtgevers en opdrachtnemers “wat voor vlees ze in de kuip hadden”.

 

Voorheen: Register Inleenarbeid Vleessector (RIV)

Voorheen konden opdrachtgevers, inleenbedrijven en uitzendbureau’s zich laten registreren bij Stichting VRO te Barendrecht. In het Register Inleenbedrijven Vleessector stonden de gecertificeerde opdrachtnemers vermeld. Geregistreerde opdrachtgevers konden zo zien of bedrijven voldeden aan de gestelde eisen. Deelnemende opdrachtnemers werden gecontroleerd op de loonheffing, de omzetbelasting, sociale premies, pensioenpremies en de premies van de bedrijfstakregelingen. Verder werd gekeken naar de naleving van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV), de Wet Identificatieplicht (WID) en de cao Vleessector. Opdrachtgevers (klein) betaalden per jaar een vergoeding van € 400,00 (exclusief 19% btw) voor registratie bij Stichting VRO en aansluiting bij de erkenningsregeling, opdrachtgevers (groot) een vergoeding van € 300,00 (exclusief 19% btw). Deze registratie betekende dat zij alleen nog gebruik maken van gecertificeerde opdrachtnemers.

 

Huidige situatie: VRO / SNA keurmerk

In de huidige situatie is de opdrachtnemer (payrollbedrijf of uitzendorganisatie) geregistreerd bij de VRO. Zij geven het payrollbedrijf een keurmerk: het SNA keurmerk. Hierdoor weet een opdrachtgever of hij zaken doet met een betrouwbare inlener. 

Verder is het verstandig om in zee te gaan met bedrijven die een NEN-certificering in hun bezit hebben. NEN is een nationale norm die eisen stelt aan Nederlandse payrollbedrijven met betrekking tot de afdracht van belastingen en sociale premies en het gerechtigd zijn tot het verrichten van arbeid in Nederland. Verder publiceren sommige bedrijven hun WKA-verklaringen online. Dit zijn verklaringen van de Belastingdienst dat alle verschuldigde belastingen op tijd zijn voldaan.

In de huidige opzet is het de taak van het payrollbedrijf om de opdrachtgever te screenen op goed werkgeverschap. Wanneer er sterke vermoedens bestaan dat  er iets niet in de haak is, zal de opdrachtnemer veelal niet met de opdrachtgever in zee gaan.